Tijd: vriend of vijand?

De volharding der herinnering (van Salvador Dalí)

Tijd kan een vriend, maar ook een vijand zijn. Dat heb ik wel gemerkt de afgelopen jaren. Ik ben altijd iemand geweest die te laat kwam op alle soorten afspraken. Werkelijk alle soorten afspraken! Het maakte niet uit of ik naar school moest of had afgesproken met vriendinnen; ik kwam standaard een kwartier te laat. Het raarste was dat hoe kleiner de afstand was die ik moest afleggen naar mijn afspraak, hoe groter de kans was dat ik te laat kwam. Tegenwoordig ben ik afhankelijk van het openbaar vervoer om naar school toe te gaan, daardoor ben ik steeds minder vaak te laat.

Toch zou ik de tijd nog steeds geen vriend noemen. Ik denk dat tijd een hekel aan mij heeft. Daarom heeft hij (iets dat zo wreed is kan natuurlijk geen vrouw zijn) mij ouder gemaakt, waardoor ik ook meer verantwoordelijkheden heb gekregen. Soms wil ik heel graag terug naar de tijd waarin ik alleen zat met dilemma’s als: spelen met barbies of poppen? Bij die ander spelen of bij mij spelen?

Tegenwoordig ziet het er meer zo uit: zal ik mijn laatste centen uitgeven aan eten of aan die geweldige schoenen? Wat wil ik met mijn leven? (Goh, popster of actrice worden is ineens niet meer zo realistisch als tien jaar geleden)Ook verwachten mensen ineens dat ik spullen kan bewaren, dat ik kan koken, schoonmaken en meer.

Het lijkt alsof ik altijd te weinig tijd heb. Vooral nu, nu ik in de tentamenperiode zit lijkt een dag voorbij te vliegen. Vroeger had ik daar helemaal geen last van. Toen leek het alsof ik alle tijd van de wereld had. Nu voel ik een bepaalde druk, veroorzaakt door de klok. Geloof me, tijdsdruk kan gekke dingen met je doen. Bijvoorbeeld: Als je pictionary speelt en er is een tijd waarbinnen het antwoord geraden moet worden zie je vaak een hilarisch en tegelijkertijd frustrerend fenomeen: iemand probeert te raden wat je tekent, schiet in paniek door de tijdsdruk en roept daarom tien keer hetzelfde. Steeds luider. Alsof het daardoor ineens wel gaat kloppen. Ook leuk zijn de mensen die haast hebben om de trein te redden. Rennen durven ze niet, dus ze gaan maar een soort van snelwandelen (wat er belachelijk uitziet).

Ik loop de hele tijd te wensen dat dagen ineens uit meer dan vierentwintig uren gaan bestaan. Aangezien deze wens waarschijnlijk niet uit gaat komen, ben ik bang dat ik zal moeten leren mijn tijd effectiever in te delen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *