Het grote ‘wat moet ik aan’ dilemma

Mijn vriend S. heeft, op het moment dat we samen gingen wonen, een van de kamers van ons appartement omgebouwd tot een inloopkast. Helaas is het 99% van de tijd zo’n grote bende daar, dat het niet mogelijk is om te zien hoe mooi S. het eigenlijk gemaakt heeft.

Een jaar geleden dacht ik dat een inloopkast niet alleen mooi was, maar ook dat het de oplossing zou zijn voor al mijn kledinggerelateerde problemen. Naïef als ik was, had ik stiekem gehoopt dat het hebben van een inloopkast een einde zou maken aan de ik-heb-niks-om-aan-te-trekken momenten. Al je kleren zijn immers mooi uitgestald en uiterst toegankelijk, in tegenstelling tot een gewone kast waarbij de ene helft van je kleren weggemoffeld is onder de andere helft. Helaas, niks blijkt minder waar.

Regelmatig sta ik in mijn inloopkast paniekerig om me heen te kijken. Niks staat mooi/leuk genoeg. Alles wat ik pas gooi ik op de grond met de gedachte ‘ik heb nu helemaal geen tijd om dit netjes terug te hangen, dat doe ik wel als ik terug ben (dat doe ik dus niet, vandaar de bende).

Nadat ik 21 verschillende dingen heb gepast, zie ik op de klok dat ik al had moeten vertrekken. Helemaal in paniek grijp ik het dichtstbijzijnde kledingstuk om me daar in te wurmen. Onderweg naar mijn afspraak kom ik er achter dat het kledingstuk eigenlijk vies is en dat het in de wasmand had moeten zitten in plaats van op de grond te liggen.

Na een lange, zware dag keer ik terug naar huis. Teleurgesteld over het gebrek aan magische krachten van een inloopkast. Verdrietig omdat ik de hele dag in vieze kleren liep en mezelf zielig voelend omdat ik niks beters had om aan te trekken. Tot overmaat van ramp zegt S. bij thuiskomst: ‘liefje, wordt het niet eens tijd dat jij je kast opruimt?’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *